|
HET KERKINTERIEUR Banken en Dooptuin De dooptuin, door een doophek omgeven, en de banken zijn 17e-eeuws. Sinds ruim tien jaar is het doophek deels demontabel gemaakt om bij speciale gelegenheden meer liturgische ruimte te krijgen.
Foto Gino Wieman Tegenover de preekstoel staan herenbanken met daarop opzetstukken waarin de wapenschilden van de familie Clant. Een van de afgebeelde wapenschilden is ovaal- dit wijst op een vrouw. Als ze puntjes naar boven hebben, gaat het om een man. De ene herenbank is dus eigenlijk een damesbank!
De schitterend gerestaureerde opzetstukken stonden overigens eerst op andere banken, die vroeger in het open koor stonden, maar na de bouw van de consistorie tegen de consistoriewand zijn geplaatst. Graven en Rouwborden Een deel van de vloer bestaat uit grafstenen. Aanvankelijk lagen deze in de looppaden, als deksteen op de graven. Met de restauratie van 2000 zijn ze verplaatst naar de zijkanten van de noordelijke uitbouw en de dooptuin; dat laatste is goed te zien op een foto van de paaskaars. De graven zijn al veel eerder geruimd; menselijke overblijfselen zijn toen herbegraven op de begraafplaats. De oudste grafsteen is uit 1534. Deze dateert van vóór de tijd dat de Reformatie hier een feit was. Rijke mensen konden vroeger in de kerk begraven worden. Uit die tijd stamt de uitdrukking: 'rijke stinkerd'! Het linker rouwbord is van Maurits Clant, die gestorven is in 1734. Hij was de zoon van Derk Clant. Het andere is van Bouwina Clant, gestorven in 1704, op 33-jarige leeftijd. |
Een kerkgebouw is nooit af. Op de linkerfoto is duidelijk de tufstenen muur met de boog te zien achter het orgel. Op de foto hierboven is zelfs een stuk pleisterwerk weggehaald in verband met lekkage wegens het doorslaan van de muur. |



